Leerlingen en docenten presteren beter in een gezond schoolgebouw
Het binnenmilieu in scholen is van groot belang, omdat (jonge) kinderen een groot deel van hun tijd doorbrengen op school. Onder het binnenmilieu verstaat men alle fysische (temperatuur, vochtigheid, geluid en licht), chemische en biologische factoren in een gebouw die van invloed zijn op de gezondheid en het welzijn van de gebruikers. Hiertoe behoren het thermisch binnenklimaat, de luchtkwaliteit, kunstlicht, daglicht en uitzicht en geluid en akoestiek.
Uit diverse onderzoeken blijkt dat het slecht gesteld is met de kwaliteit van het binnenmilieu in scholen. In veel Nederlandse scholen is het vaak te warm (met name ’s zomers) en erg benauwd (de hoeveelheid verse luchttoevoer voldoet bij lange na niet aan de reguliere eisen). Ook blijkt in de regel onvoldoende te worden schoongemaakt, wat weer van invloed is op de luchtkwaliteit binnen.
Juist jonge kinderen zijn extra gevoelig voor een slechte binnenmilieukwaliteit; denk dan met name aan verontreinigingen in de binnenlucht, omdat ze fysiek nog in ontwikkeling zijn. Daarbij komen momenteel bij kinderen steeds vaker allergische en astmatische klachten voor. In een gemiddeld klaslokaal zitten tegenwoordig zo 2-4 kinderen met astma. Juist voor hen is het extra belangrijk dat de binnenlucht in de ruimtes waarin ze relatief het meest verblijven (eigen slaapkamer, klaslokaal) goed is, d.w.z. vrij van stof, huisstofmijt en chemische luchtjes.
Een slecht binnenmilieu op school kan leiden tot diverse comfort- en gezondheidsklachten (bij kinderen en leerkrachten). Ook is uit (Scandinavisch) onderzoek bekend dat bijvoorbeeld een hoge temperatuur, onvoldoende ventilatie en een slechte akoestiek de leerprestaties negatief beïnvloeden.
In dit artikel wordt ingegaan op de huidige binnenmilieukwaliteit in Nederlandse schoolgebouwen (zoals blijkt uit diverse onderzoeken) en de gevolgen van een slecht binnenmilieu op o.a. de leerprestaties. Het artikel wordt afgesloten met een enkele concrete adviezen.
Veel binnenmilieuproblemen op scholen
Er is inmiddels al redelijk wat onderzoek gedaan naar de binnenmilieukwaliteit in basisscholen waaruit blijkt dat de kwaliteit van het binnenmilieu in scholen vaak slecht is. Recent is door BBA, in opdracht van Senter- Novem, een literatuuronderzoek uitgevoerd naar binnenmilieu en energie bij Nederlandse scholen. Hieruit blijkt dat de meeste Nederlandse veldonderzoeken zich richten op luchtkwaliteit en thermisch comfort.
De luchtkwaliteit in de onderzochte schoolgebouwen is onvoldoende: de norm van 1200 ppm (CO2) (hygiënische grenswaarde) wordt in meer dan 80% van de gevallen overschreden. Boven deze grenswaarde beginnen de mensen de lucht als muf en benauwd te ervaren. Er worden zelfs CO2-concentraties tot 4800 ppm gesignaleerd. Ter vergelijking: de buitenluchtconcentratie bedraagt circa 350 à 400 ppm en in kantoren komt de CO2-concentratie zelden boven de 800 ppm uit. Van nature is CO2 in de lucht aanwezig. Daarnaast ademen mensen zelf CO2 uit. Door onvoldoende ventilatie wordt de CO2-concentratie binnenshuis hoger. Indien in een school hoge CO2-concentraties worden gemeten is dit dus een teken dat er onvoldoende wordt geventileerd. De CO2-concentratie is een indicator voor de hoeveelheid ventilatie en daarmee de totale luchtkwaliteit.
Op het gebied van thermisch comfort komt in Nederlandse scholen oververhitting regelmatig voor in het voor- en najaar en de zomer. Daarnaast zijn er veel tochtklachten in m.n. de winterperiode. Daarnaast wordt vaak slecht schoongemaakt, m.n. de toiletten.
Eén van deze bestudeerde onderzoeken is een onderzoek van de TU Eindhoven (van Dijken, 2004). In dit onderzoek is de relatie tussen de binnenmilieukwaliteit in de klaslokalen en de gezondheidstoestand van de kinderen onderzocht. Hieruit blijkt wederom dat het binnenmilieu in de scholen niet voldoet aan de daarvoor geldende nationale en internationale normen. Zo worden in de klaslokalen erg hoge CO2 concentraties gemeten, zie figuur 1. Daarnaast blijkt dat zwevend stof en de aanwezigheid van stofbronnen in scholen, evenals de aanwezigheid van vochtplekken en schimmel in de woning van leerlingen, is gerelateerd aan hogere percentages atopische kinderen met gezondheidsklachten in de school. Naast het binnenmilieu in de scholen speelt hierbij ook de thuissituatie een rol. Atopisch wil zeggen dat men de erfelijke aanleg heeft om een allergische ziekte te ontwikkelen, zoals eczeem, hooikoorts of astma.

In het geval van een vervuild binnenmilieu op school en thuis, zal alleen het verbeteren van het binnenmilieu op school geen verbetering opleveren t.a.v. de gezondheid van de leerlingen.
Ook het energiegebruik in veel Nederlandse scholen is (te) hoog. Het energiegebruik is vooral hoog in slecht geïsoleerde scholen met enkel glas, energie-onzuinige verlichting en inefficiënte warmteopwekking (bijvoorbeeld geen hrketel). Overigens speelt ook het gebruikersgedrag een rol. Uit onderzoek van SenterNovem blijkt dat in een bestaand schoolgebouw met een hoge energierekening het energiegebruik met circa veertig procent te verlagen is, zie tabel 1. Althans, als ingezet wordt op een renovatie met de juiste (energiebesparende) maatregelen.
Slecht binnenmilieu schaadt
De gevolgen van het vaak slechte binnenmilieu in scholen zijn ernstig. Een onvoldoende kwaliteit van de binnenlucht, een te hoge temperatuur en geluidhinder kan leiden tot:
- discomfort (als bijvoorbeeld geurhinder, last van te hoge (of te lage) temperatuur, tocht), hoofdpijn, vermoeidheid, sufheid
- slijmvliesirritaties (zoals prikkelende keel, neus of mond (´droge lucht´),
- overdracht van infectieziektes (zoals griep of verkoudheid),
- astma-aanvallen, en verergering van allergieën.
Deze effecten kunnen op langere termijn resulteren in ´schoolzieke´ kinderen, slechtere leerprestaties van leerlingen, relatief slechte (fysische) arbeidsomstandigheden voor leerkrachten, ziekteverzuim van leerkrachten, lagere productiviteit van leerkrachten met bijvoorbeeld minder aandacht voor de leerlingen en extra kosten, bijvoorbeeld omdat ziek personeel vervangen moet worden.
Leerprestaties en ziekteverzuim
Met het verbeteren van het binnenmilieu op scholen kan een positieve bijdrage geleverd worden aan de gezondheid van leerlingen en leerkrachten en aan de leerprestaties van de leerlingen. Uit recent Scandinavisch onderzoek (Wargocki et al., 2005) is bekend dat temperatuur en hoeveelheid ventilatie een effect hebben op de leerprestaties. Zo bleek dat de kinderen beduidend minder fouten maakten wanneer de lokalen fors werden geventileerd dan wanneer de verse luchttoevoer minimaal was. Een verdubbeling van de hoeveelheid verse luchttoevoer (van 5,2 naar 9,6 l/s per persoon) bleek te leiden tot circa vijftien procent betere leerprestaties. In Nederlandse (oudere) klaslokalen bedraagt de standaard ventilatie gemiddeld slechts ca. 3,5 l/s/p.p.. Zie figuur 2. Het verlagen van de ruimtetemperatuur in de zomermaanden (van 23,6 naar 20 ºC) leidt tot 10% betere score op dictee.
Een eerdere Amerikaanse analyse van de beschikbare onderzoeken in scholen (Heath en Mendell, 2002) leerde dat vooral de hoeveelheid verse luchttoevoer van invloed is op de output van leerlingen: hoe minder ventilatie, hoe slechter de prestaties.
Een Noorse veldstudie (Myhrvold et al., 1996) vond een statistisch verband tussen de gemeten CO2 concentratie en de leerprestaties van de leerlingen. Wat bleek? Hoe hoger de CO2 concentratie, hoe slechter men presteerde. Zie figuur 3.
De bevindingen zijn in overeenstemming met die van anderen. Zo werd door Smedje et al. (1996) aangetoond dat een laag ventilatievoud, een hoge relatieve luchtvochtigheid en hoge concentraties van onder andere stof, formaldehyde en bacteriën leiden tot slechtere leerprestaties.
Meer recentelijk heeft Bakke (1999) onderzoek gedaan naar de invloed van temperatuur op de leerprestaties. Het Noors onderzoek leert ons dat een te hoge temperatuur op school de concentratie bij jongens vermindert terwijl deze (extra) rusteloosheid bij meisjes veroorzaakt.
Ook in Nederland is in 2003 onderzoek uitgevoerd naar het binnenmilieu van basisscholen en de leesprestaties van leerlingen (van Buggenum, 2003). Uit het onderzoek blijkt dat hoge temperaturen een negatieve invloed hebben op de testscores.
Momenteel wordt in Nederland door TNO Bouw en Ondergrond een onderzoek gedaan naar CO2 gestuurde ventilatie in scholen en effecten van luchtkwaliteit op leerprestaties. De resultaten hiervan worden in het najaar van 2006 verwacht.
Andere onderzoeken hebben aangetoond dat ook geluid en de hoeveelheid daglicht een effect hebben op de leerprestaties. Zo draagt een hoog geluidsniveau binnen en weinig daglicht in de klaslokalen bij aan slechte leerprestaties.
Tevens bestaan er sterke aanwijzingen dat een slecht binnenmilieu op school leidt tot een verhoging van het ziekteverzuim onder de leerkrachten. Op basis van onderzoek naar de kwaliteit van de fysieke werkomgeving in kantoren (Preller et al, 1990) kon worden afgeleid, dat – met name in gebouwen met een relatief slecht binnenmilieu - rond een kwart van het totale ziekteverzuim werkomgeving-gerelateerd is. De overige driekwart heeft te maken met psycho-sociale factoren (denk aan thuis zitten door overspannenheid) of lichamelijke aandoeningen die buiten de invloedsfeer van de werkgever liggen (denk aan sportongevallen, ongelukken thuis, hart- en vaatziekten).
Bij een ziekteverzuim van 6-8% betekent dit, dat op jaarbasis per leerkracht 3 tot 5 dagen verzuim optreden die voorkomen hadden kunnen worden indien de ventilatie, de temperatuur, de akoestiek en dergelijke op orde zou zijn geweest (Rolloos et al, 1996). In schoolgebouwen heeft met name de luchtkwaliteit een sterk effect op het kortdurend verzuim (denk aan thuis zitten door een verkoudheid, griep e.d.). Uit diverse onderzoeken, onder andere Nardell et al. (1991) is bekend, dat gebrekkige ventilatie de concentratie virussen en bacteriën (verantwoordelijk voor overdracht van infectieziekten) in de lucht sterk verhoogt. Milton et al. (2000) toonden aan dat halvering van de hoeveelheid verse luchttoevoer het kortdurend verzuim met maar liefst 35% kan verhogen. Extra belangrijk als je bedenkt dat de hoeveelheid verse luchttoevoer per persoon in een klaslokaal vaak een factor 3 of 4 lager ligt dan die in bijvoorbeeld een kantoorgebouw. Geen wonder dus dat het ziekteverzuim in het onderwijs hoger is dan in de dienstensector.
Samenvatting en concrete adviezen
Samengevat kan gesteld worden dat de binnenmilieukwaliteit in veel scholen slecht is. In bijvoorbeeld meer dan 80% van de klaslokalen is de CO2 concentratie veel te hoog (= indicatie onvoldoende ventilatie en slechte luchtkwaliteit). Dit heeft een negatieve invloed op o.a. de leerprestaties van leerlingen en het ziekteverzuim onder leerkrachten. Uiteraard is het mogelijk om, zelfs met relatief eenvoudige maatregelen, de binnenmilieukwaliteit in zowel bestaande als nieuw te bouwen/renoveren schoolgebouwen te verbeteren. Het moment van nieuwbouw/renovatie is hét aangewezen moment om de situatie te verbeteren.
«
Terug naar artikelen